Voorbij de zeventig (1)

(in majeur) 


nooit zo’n goede tijd gehad

als nu, geen druk van buiten
op het gaspedaal, je mag
wat later aan de slag en trager,
in lager toerental, je eigen
gangetje, je eigen baas 

het krakt en gammelt,
de bouten losjes in de kom
dat is de speling van het lot
jij maalt er niet zo om
men smeert je in met antiroest
en houdt je in verband

hoe treurig ook je libido
‘t is prima zo, geen onrust
geen brokken meer, zoals
in vroeger rijverkeer
verwonderd sta je stil
bij wat maar voortjagen wil

deuken liep je op, en krassen
tekenen je huid, en dan
die voorruitbreuk, je zicht
ging achteruit, maar mooi
ben je, en het mooist van al:
nooit scherper was je kijk

de verte in, dichtbij
de ruimte diep in jou, je reist
steeds stiller tocht, het stuurt
zich zelf en jij gaat mee
je kunt nog jaren mee
je kunt nog jaren voort


Geplaatst op 1 mei 2013 in Poëzie, Zonder categorie