Poëzie

wereldhaven

waar de grillige rivier is aangelijnd tot
nieuwe waterweg, waar de zee, hoe hoog
ze gaat, een machtige waterkering treft

waar laaglandzoet buitengaats uitwaaiert
in het ruime zout, daar leeft het deltavolk
en hengelt naar een wereldvangst.

het bouwt een poort voor euro’s, ziet toe
wat inkomt en uitgaat, hoe het uit zijn duinen
groeit, met zand en al de zee in schuift.

het schouwt aan Hollands hoek, supertanker-
trots, de erts- en olievloot die binnenloopt,
welvarende parade, lust voor koopmans oog.

het sleept maar voort, en manoeuvreert
grondstoffelijke bulk de waterbekkens in
waar grijpgrage klauwen en gulzige tentakels

onverminderd opslag vragen, en vurige
tongen likkebaardend de hemel afgrazen,
the sky is the limit, geen peillood raakt

de bodem van ambitie, het baggert zich
vrij baan, de wereldhaven, containerbegrip
muurvast in de havenhoofden verankerd.


Over taal en liefde

 

Pap, in het Engels is het I love you,
met drie woorden, en in het Nederlands
Ik hou van jou, met vier woorden.
Hoe kan dat nou?

Dat weet ik niet, meisje.

Nou pap, dan vind ik het Nederlands
maar ingewikkeld. Je kan toch ook zeggen
Ik hou jou? Want als je van iemand houdt,
dan hou je hem toch?

Ja, kind, soms is dat wel zo, ja

 Of pap, anders in het Engels
I love of you zeggen. Dat kan ook.
Dan is het tenminste logisch.

Kindje, de liefde is niet logisch,
onthoud dat nou maar.


Voorbij de zeventig (1)

(in majeur) 


nooit zo’n goede tijd gehad

als nu, geen druk van buiten
op het gaspedaal, je mag
wat later aan de slag en trager,
in lager toerental, je eigen
gangetje, je eigen baas 

het krakt en gammelt,
de bouten losjes in de kom
dat is de speling van het lot
jij maalt er niet zo om
men smeert je in met antiroest
en houdt je in verband

hoe treurig ook je libido
‘t is prima zo, geen onrust
geen brokken meer, zoals
in vroeger rijverkeer
verwonderd sta je stil
bij wat maar voortjagen wil

deuken liep je op, en krassen
tekenen je huid, en dan
die voorruitbreuk, je zicht
ging achteruit, maar mooi
ben je, en het mooist van al:
nooit scherper was je kijk

de verte in, dichtbij
de ruimte diep in jou, je reist
steeds stiller tocht, het stuurt
zich zelf en jij gaat mee
je kunt nog jaren mee
je kunt nog jaren voort


Voorbij de zeventig (2)

(in mineur)


hij heeft zijn beste tijd gehad

voortgaan wil niet meer zo goed
en o, wat komt hij traag op gang
versnellen is voorbij
hij freewheelt wat
blijft liever in zijn vrij

het krakkemikt en mankt
in lijf en lid en leden
een flinke barst in voorruitzicht
de uitlaat lekt en roest
met snot en rochelhoest
en weinig cc libido

omhoog gekrikt, met open klep
laat hij lijdzaam met zich doen
men buigt zich diepgaand over hem
men sleutelt wat
en geeft een spuit
wat maakt het uit

met smeer en pleisterwerk
mag hij weer op de lange baan
op weg waarheen?
hij hort en stoot en
pruttelt nog wat na
verdomt het binnenkort








Volgende pagina »