stervende duif

dat weet ze nog: dat ze
uit de lucht kwam vallen
en dat hij haar vond

lijdzaam het koppie
de vleugels geknakt

ze ligt in een doos
op zijn aanrecht
hoort hem een lucifer
aanstrijken, in een la
rommelen naar gerei
hoe het gas suist
de boter spettert

en daarachter een radiostem
die het vliegen ontraadt

en buiten in de bomen
is dat niet het lome zomerse
koeren – dat weldadig
zomers lome koeren?

is dat niet het klapwieken
van vallende vogels?